Vloerverwarming is heerlijk, tot de vloer lauw blijft terwijl de ketel wel draait. De oorzaak zit vrijwel altijd in een van deze vier dingen: lucht, een verkeerd afgestelde verdeler, een kapotte pomp of vervuild water. In die volgorde zoekt u het ook op.
Lucht en de verdeler
Kijk eerst bij de verdeler, het rek met kranen en doorstroommeters, vaak in de meterkast of achter een luik. Staan alle groepen open en lopen de doorstroommeters (de kijkglaasjes) mee? Een groep die geen doorstroming laat zien terwijl de kraan openstaat, zit vol lucht of vuil. Lucht kunt u via het ontluchtingsventiel op de verdeler zelf aftappen; doe dat terwijl de pomp uitstaat.
Zwart water is het echte probleem
Komt er bij het ontluchten zwart of bruin water uit, dan is het cv-water vervuild met magnetiet, fijn roestslib dat zich juist in de lange, dunne lussen van vloerverwarming ophoopt. Het slib gaat op de bodem van de leidingen liggen en isoleert de warmte weg. Dit is de meest voorkomende reden dat oudere vloerverwarming steeds slechter presteert.
De oplossing is spoelen. Bij lichte vervuiling volstaat het doorspoelen van de groepen met water; bij serieuze vervuiling zetten wij een powerflush in: machinaal spoelen onder druk met een reinigingsmiddel, groep voor groep, tot het water helder uit de leiding komt. Direct daarna monteren we een magnetietfilter zodat het probleem niet terugkomt.
Wanneer is het de pomp of de afstelling?
Wordt geen enkele groep warm, dan wijst dat eerder op de circulatiepomp op de verdeler of op een thermostaatprobleem dan op vervuiling. Een pomp die tikt of helemaal stil is, is meestal aan vervanging toe. En na een verbouwing lopen groepen vaak scheef omdat de doorstroommeters nooit opnieuw zijn ingeregeld; dat inregelen is voor ons een klein klusje met groot effect.



